Drachtcalculator hond — werpdatum berekenen
Een hond is ongeveer 63 dagen drachtig, maar die 63 dagen horen bij de ovulatie en niet bij de dekking. Gerekend vanaf de ovulatie is de draagtijd opvallend constant; gerekend vanaf een dekking loopt de spreiding uiteen van ongeveer 56 tot 70 dagen, omdat zaadcellen dagen kunnen wachten op de eisprong.
Daarom vraagt deze calculator eerst waar jouw datum voor staat. Heb je alleen een dekdatum, dan krijg je een eerlijk bereik. Is het ovulatiemoment met progesteronbepaling vastgesteld, dan wordt de voorspelling een stuk scherper. Je krijgt de verwachte werpdatum, het vroegste normale moment, de dag waarop de dracht officieel verlengd is, en een tijdlijn met de momenten voor echo, röntgenfoto, werpkist en temperatuur meten.
📌 Wat doet deze calculator?
- Rekent vanaf vier mogelijke startpunten — eerste dekking, laatste dekking, ovulatie of LH-piek — met een eigen bereik per startpunt in plaats van voor alles hetzelfde.
- Houdt dag 70 aan als grens voor verlengde dracht, zoals de veterinaire definitie, en niet dag 68.
- Verwerkt het aantal pups als dat van de röntgenfoto bekend is: een nest van vier of minder duurt gemiddeld ongeveer een dag langer.
- Zet de tijdlijn om naar datums voor jouw teef, inclusief het moment waarop een röntgenfoto de pups betrouwbaar kan tellen.
Bereken de werpdatum
Vul de datum in die je hebt en geef aan waar die datum voor staat. Dat tweede is belangrijker dan het lijkt: dezelfde dag betekent iets anders als het een dekking is dan wanneer het een vastgestelde ovulatie is, en het bereik verschuift daardoor met dagen.
Kies een startpunt om te zien wat dat betekent voor de nauwkeurigheid.
🐾 Voortgang van de dracht
📅 Tijdlijn — wat gebeurt er wanneer?
* Advertentielinks — Huisdierrijk ontvangt een kleine commissie bij aankoop, zonder meerkosten voor jou.
Hoe lang is een hond drachtig?
De draagtijd van een hond is opvallend constant — maar alleen als je hem meet vanaf het juiste punt. Gerekend vanaf de LH-piek, de hormoonpiek die de eisprong inleidt, is de draagtijd gemiddeld 65 dagen met een bereik van 64 tot 66 dagen; 63 en 67 dagen komen bij normale drachten ook voor. Gerekend vanaf de ovulatie zelf, die ongeveer twee dagen na de LH-piek valt, is het 62 tot 64 dagen.
Vanaf een dekking wordt het beeld een stuk vager: dan loopt het bereik van ongeveer 55 tot 70 dagen. Die extra onzekerheid zit niet in de dracht maar in het startpunt, en daar zijn bij de hond twee bijzondere redenen voor.
- Zaadcellen van een hond kunnen in de teef zeven tot negen dagen bevruchtingsbekwaam blijven. Een dekking van een week vóór de eisprong kan dus nog tot dracht leiden, en dan lijkt de draagtijd vanaf die dekking veel langer dan hij is.
- De eicellen van de hond zijn bij de ovulatie nog niet rijp. Ze worden dat pas 2,5 tot 3 dagen later. Dat verschuift het bevruchtingsmoment nog eens los van zowel de dekking als de ovulatie.
Waarom een progesteronbepaling meer oplevert dan een calculator
Omdat de dracht vanaf de ovulatie wél constant is, verandert een progesteronbepaling de voorspelling van een bereik van twee weken naar een venster van een paar dagen. De dierenarts prikt tijdens de loopsheid een reeks bloedmonsters en stelt daarmee de LH-piek of het ovulatiemoment vast. Vanaf dat punt is de verwachte werpdatum ongeveer 65 dagen later, met slechts een dag of twee spreiding.
Dat is vooral zinvol bij een eerste nest, bij een teef die eerder problemen had, en bij rassen waarbij een keizersnede vaker nodig is — want dan wil je weten of een geboorte op dag 59 vroeg is of gewoon op tijd.
Verschilt de draagtijd per ras?
Per ras wel, maar niet zoals vaak wordt aangenomen. In een onderzoek onder 308 teven met 764 nesten verschilden vier rassen duidelijk van elkaar: honden uit de hondengroep kwamen uit op gemiddeld 66,0 dagen, golden retrievers op 64,7, Duitse herders op 63,6 en labradors op 62,9. Vergeleken met labradors hadden Duitse herders ongeveer drie keer, golden retrievers vier keer en de hondengroep bijna acht keer zoveel kans op een langere dracht.
Let op wat die cijfers wél en niet zeggen. Labrador en golden retriever zijn vrijwel even groot en verschillen toch bijna twee dagen; de Duitse herder is zwaarder dan de labrador en zit er maar zeven tiende dag boven. Het is dus het ras dat samenhangt met de draagtijd, niet de lichaamsgrootte. Een calculator die je naar “klein, middelgroot of groot ras” vraagt en daar een andere draagtijd aan hangt, doet een belofte die het onderzoek niet ondersteunt. Deze calculator vraagt er daarom niet meer naar.
Leeftijd en het aantal eerdere nesten maakten in datzelfde onderzoek géén verschil voor de duur van de dracht.
Het aantal pups telt wél mee
Hier klopt de vuistregel: hoe groter het nest, hoe eerder de bevalling. In het onderzoek met 764 nesten duurde de dracht bij teven die vier pups of minder wierpen gemiddeld één dag langer dan bij teven met vijf pups of meer. Een tweede onderzoek, met 224 worpen binnen één ras, maakte het nog preciezer: elke pup bóven het gemiddelde verkortte de dracht met ongeveer 0,25 dag en elke pup minder verlengde hem met 0,25 dag.
Dat is een reëel maar klein effect, en het is nuttig om die orde van grootte te kennen. Vier extra pups schuiven de bevalling ongeveer één dag naar voren — niet een week. Deze calculator verwerkt het alleen als je het aantal daadwerkelijk van een röntgenfoto kent.
| Startpunt | Verwacht | Normaal bereik | Nauwkeurigheid |
|---|---|---|---|
| LH-piek (progesteronbepaling) | Dag 65 | Dag 64–66 | Hoogst; 63 en 67 komen ook normaal voor |
| Ovulatie (progesteronbepaling) | Dag 63 | Dag 62–64 | Hoog |
| Eerste of enige dekking | Dag 63 | Dag 58–68 | Ruim; geboorten zijn vastgelegd van dag 56 tot 72 |
| Laatste dekking | Dag 61 | Dag 57–66 | Ruim; gemiddelde uit 224 worpen was 61,5 dagen |
← Veeg om meer te zien
Wanneer is de dracht te lang?
Hier zat in veel drachtcalculators, waaronder de eerdere versie van deze, een fout die één kant op uitpakt. De grens voor verlengde dracht ligt niet op dag 68 maar op meer dan 70 dagen vanaf een bekende dekdatum. Dat betekent dat een geboorte op dag 69 nog binnen de marge valt, en dat een alarmmelding op dag 68 eigenaren onnodig laat schrikken terwijl de dracht normaal verloopt.
Dat wil niet zeggen dat je op dag 68 niets doet. Het betekent iets preciezers: op dag 68 bel je om te laten vaststellen óf ze werkelijk over tijd is. Dat is namelijk de vraag die je met alleen een dekdatum niet kunt beantwoorden. De dierenarts kan dat wel, door te kijken naar de rijping van de pups en, als er destijds progesteron is geprikt, naar het vastgestelde ovulatiemoment.
Het eigenlijke probleem bij “over tijd”
Bij een onbekend ovulatiemoment is “over tijd” vaak geen echte verlengde dracht maar een verkeerd startpunt. De teef is dan gedekt vóór de eisprong en de dracht is in werkelijkheid jonger dan de kalender suggereert. Daarom is de reactie op dag 68 tot 70 niet paniek, maar een beoordeling die uitsluit dat er daadwerkelijk iets stilstaat.
Is de ovulatiedatum wél bekend, dan verandert het beeld: dan is te laat ook echt te laat, en dan hoort een dracht die voorbij dag 66 loopt beoordeeld te worden zonder te wachten.
De dracht dag voor dag
Onderstaand overzicht loopt van de eisprong tot de geboorte. De calculator hierboven zet deze mijlpalen om naar concrete datums voor jouw teef, en schuift ze mee met het startpunt dat je koos.
| Periode | Wat er gebeurt | Wat jij doet |
|---|---|---|
| Dag 0–20 | Bevruchting en innesteling. Uiterlijk niets te zien. | Normaal voeren en bewegen. Geen medicatie zonder overleg. |
| Dag 21 | Zwellingen langs de baarmoederhoorns zijn voelbaar en verdubbelen elke week in doorsnede. | Betasten kan de dracht aannemelijk maken, maar laat dit aan de dierenarts. |
| Dag 22–27 | Er is genoeg placentaweefsel voor een betrouwbare bloedtest. | Relaxinetest is vanaf hier specifiek en sensitief voor het bevestigen van dracht. |
| Dag 25–35 | De beste periode voor een echo; hartjes kloppen twee tot drie keer sneller dan bij de moeder. | Echo laten maken. Vóór dag 21 is een valse negatieve uitslag mogelijk. |
| Dag 30 | Dracht bevestigd; de behoefte verandert nog niet. | Geleidelijk overgaan op een voer dat voor alle levensfases geschikt is. |
| Dag 35–38 | De zwellingen vloeien in elkaar over; betasten wordt onbetrouwbaar. | Vanaf hier geen conclusies meer uit voelen alleen. |
| Dag 42–48 | Snelle groeifase. Skeletjes worden zichtbaar op röntgen, duidelijk vanaf dag 47 tot 48. | Voerportie geleidelijk verhogen over de laatste vier weken. |
| Dag 50–55 | Pups duidelijk voelbaar en soms zichtbaar in beweging. | Werpkist neerzetten zodat ze eraan went. |
| Vanaf dag 55 | De verkalking is zo ver dat de pups betrouwbaar te tellen zijn. | Röntgenfoto om het aantal pups te tellen en tweemaal daags de temperatuur meten. |
| Dag 58–70 | Bevalling. De temperatuur daalt een graad of meer kort tevoren. | Blijf in de buurt. Nummer van dierenarts én spoedkliniek paraat. |
← Veeg om meer te zien
De telfoto hoort ná dag 55, niet rond dag 45
Het aantal pups weten is geen nieuwsgierigheid maar veiligheid: tijdens de bevalling wil je kunnen vaststellen wanneer het nest compleet is. Blijft er een pup achter, dan kan dat voor de teef levensbedreigend worden, en zonder het aantal merk je dat mogelijk te laat.
Op röntgen zijn de skeletjes rond dag 42 tot 45 al zichtbaar en vanaf dag 47 tot 48 duidelijk, maar voor het tellen is een foto na dag 55 de beste methode. Een foto rond dag 45 bevestigt dus wel de dracht, maar levert precies het getal waar het om gaat minder betrouwbaar op. Plan die foto daarom samen met het moment waarop je toch al begint met temperatuur meten.
Temperatuur meten: het beste signaal dat je thuis hebt
Kort voor de bevalling valt de progesteronspiegel scherp terug — van ongeveer 4 tot 5 nanogram per milliliter naar bij of onder 2 in de 24 uur voor het begin van de weeën. Met die daling zakt ook de lichaamstemperatuur, met een graad of meer. Dat is de reden dat thuis meten werkt: je meet indirect een hormoonomslag.
| Gemeten temperatuur | Betekenis |
|---|---|
| 38,0–39,0 °C | Normaal; de bevalling is nog niet nabij |
| Daling van een graad of meer ten opzichte van haar eigen waarde | De omslag is begonnen; de bevalling volgt doorgaans binnen een etmaal |
| Onder 37,2 °C | Weeën worden binnen 24 uur verwacht |
| Geen bevalling 24 tot 36 uur na de daling | Dit geldt als een afwijkend verloop — dierenarts bellen |
| Boven 39,5 °C | Mogelijk infectie — dierenarts bellen |
← Veeg om meer te zien
Die laatste regel is de belangrijkste en ontbreekt in veel overzichten. De temperatuurdaling is geen aftelklok die alleen goed nieuws geeft: blijft de bevalling 24 tot 36 uur na de daling uit, dan is dat zelf een reden om te bellen.
Zo doe je het
- Begin rond dag 55 en meet twee keer per dag op vaste tijden, bijvoorbeeld ’s ochtends en ’s avonds.
- Meet rectaal met een digitale thermometer, punt ingesmeerd, twee tot drie centimeter diep.
- Noteer elke meting met tijdstip. Je zoekt een daling ten opzichte van haar eigen normaalwaarde, niet een absoluut getal.
- Zie je die daling? Blijf in de buurt, en reken vanaf dat moment 24 tot 36 uur als bovengrens voordat je belt.
Meet ook vóór dag 55
Meet een paar keer in week zeven, als er nog niets aan de hand is. Dan ken je haar normaalwaarde binnen die bandbreedte van 38 tot 39 graden en herken je de daling meteen. Zonder die referentie weet je niet of 38,2 graden voor haar laag is of gewoon normaal.
Voeding tijdens de dracht
De grootste fout is te vroeg meer gaan voeren. In de eerste helft van de dracht is er geen extra energie nodig: de pups groeien dan nauwelijks. Extra voeren in die periode levert alleen overgewicht op, en dat maakt de bevalling zwaarder.
De richtlijn die universitaire diergeneeskunde aanhoudt is eenvoudig: geen verhoging in de eerste helft, en daarna de portie in elk van de laatste vier weken van de dracht met ongeveer 25 procent verhogen, verdeeld over meerdere kleinere maaltijden in plaats van één of twee grote. Tijdens de late lactatie loopt de behoefte op tot ongeveer het dubbele van normaal — dat is de zwaarste periode, niet de dracht zelf.
Zodra de dracht rond dag 30 is bevestigd, stap je geleidelijk over op een voer dat geschikt is voor alle levensfases, puppy’s inbegrepen. Dat is energiedichter, zodat ze meer binnenkrijgt zonder dat de portie onhandelbaar groot wordt. De exacte hoeveelheid laat je niet door een tabel bepalen maar door haar lichaamsconditie: voel je de ribben nog met een dun vetlaagje, dan zit je goed.
Geen calciumsupplementen tijdens de dracht
Extra calcium bijvoeren klinkt logisch en werkt averechts. Orale calciumsuppletie tijdens de dracht is niet geïndiceerd en kan melkziekte juist veroorzaken in plaats van voorkomen: te veel calcium vooraf zet de hormonale regeling van de calciumhuishouding op een laag pitje, waardoor die tekortschiet zodra de melkproductie piekt.
Een voer dat voor alle levensfases is samengesteld bevat voldoende mineralen en vitaminen voor dracht en lactatie en hoort niet verder aangevuld te worden. Geef supplementen alleen op uitdrukkelijk advies van je dierenarts.
Melkziekte komt later dan de meeste eigenaren verwachten
Melkziekte (eclampsie) treedt doorgaans op bij de piek van de lactatie, twee tot drie weken na de bevalling, en soms tijdens de bevalling of laat in de dracht. Kleine rassen met een groot nest worden het vaakst getroffen.
Het begint met hijgen en onrust en gaat over in lichte trillingen, spiertrekkingen, stijfheid en een onzekere gang; ook gedragsverandering komt veel voor, zoals jammeren, kwijlen, ijsberen, overgevoeligheid voor prikkels en desoriëntatie. Zonder behandeling loopt dat uit op ernstige trillingen, verkramping, toevallen en overlijden. Dit is een spoedgeval. Blijf dus ook in de weken ná de bevalling opletten, juist als alles goed ging.
Wanneer je de dierenarts belt
Tijdens de bevalling gelden tijdslimieten, en die verschillen afhankelijk van één ding: of ze perst of niet. Dat onderscheid is in veel owner-gerichte overzichten weggevallen tot “twee uur tussen pups”, en dat kan kostbaar zijn, want als ze wél perst is de limiet veel korter.
⚠ Dit geldt als een afwijkend verloop — bel de dierenarts
Meer dan 30 minuten tussen twee pups terwijl er duidelijke weeën zijn • meer dan 2 uur tussen twee pups zonder weeën • meer dan 4 uur actieve weeën zonder dat er een pup komt • meer dan 4 uur zwakke weeën zonder dat er een pup komt • de hele bevalling duurt langer dan 24 uur • geen bevalling binnen 24 tot 36 uur na de temperatuurdaling.
Daarnaast: donkergroene of vies ruikende afscheiding vóór de eerste pup kan wijzen op een losgeraakte placenta. Afwijkend gekleurde afscheiding vóór de geboorte — groen, rood of bruin — geldt als teken van nood bij de pups en vraagt onmiddellijk veterinaire beoordeling. Groene afscheiding ná de eerste pup is normaal.
Ook bellen bij
- Meer dan 70 dagen sinds een bekende dekdatum. Dat geldt als verlengde dracht. Bel bij dag 68 al om te laten vaststellen of ze werkelijk over tijd is.
- Bloederige of vieze afscheiding tijdens de dracht, ruim voor de uitgerekende datum.
- Temperatuur boven 39,5 graden tijdens of na de dracht.
- Trillen, stijfheid, spiertrekkingen of een onzekere gang tijdens de dracht of in de weken na de bevalling — dit kan melkziekte zijn en dat is acuut.
- De teef wil niet eten of drinken in de dagen rond de bevalling.
Wat je klaarzet
Zet uiterlijk rond dag 50 klaar: de werpkist met opstapstrips en absorberende onderleggers, schone handdoeken, een digitale thermometer, ontsmet touw of onbehandelde tandzijde om navelstrengen af te binden, een weegschaal om de pups te wegen, en het telefoonnummer van je dierenarts én van de dichtstbijzijnde spoedkliniek.
Overleg vooraf hoe je buiten kantooruren contact opneemt, en vraag meteen of er een avond- of weekendregeling is. Bevallingen houden zich zelden aan openingstijden.
Bronnen
Per bron staat waarvoor die in deze calculator en in de tekst is gebruikt. De rekenkern en de tijdslimieten komen uit veterinaire naslagwerken en reproductieliteratuur; de cijfers over rasverschillen en nestgrootte uit peer-reviewed onderzoek.
- Concannon P.W. Canine Pregnancy: Predicting Parturition and Timing Events of Gestation. Recent Advances in Small Animal Reproduction, IVIS. De basis voor de rekenkern. Gebruikt voor de draagtijd van gemiddeld 65 dagen vanaf de LH-piek met een bereik van 64 tot 66 dagen en 63 en 67 bij normale drachten, voor de 62 tot 64 dagen vanaf de ovulatie, voor het bereik van 55 tot 70 dagen vanaf een dekking, voor het gegeven dat zaadcellen zeven tot negen dagen bevruchtingsbekwaam blijven, voor het feit dat de eicellen bij de ovulatie nog onrijp zijn en dat pas 2,5 tot 3 dagen later worden, voor de temperatuurdaling van een graad of meer, en voor de progesteronafname van 4 tot 5 nanogram per milliliter naar bij of onder 2 in de 24 uur voor de weeën.
- Dystocia in Small Animals. MSD/Merck Veterinary Manual. Gebruikt voor de grens van verlengde dracht bij meer dan 70 dagen vanaf een bekende dekdatum, en voor alle tijdslimieten in het spoedblok: meer dan 30 minuten tussen pups bij duidelijke weeën, meer dan 2 uur zonder weeën, meer dan 4 uur actieve of zwakke weeën zonder resultaat, een totale bevallingsduur van meer dan 24 uur, en geen bevalling binnen 24 tot 36 uur na de temperatuurdaling. Ook gebruikt voor donkergroene of vies ruikende afscheiding vóór de geboorte als aanwijzing voor placentaloslating.
- Pregnancy Determination in Dogs and Cats. MSD/Merck Veterinary Manual. De basis voor de diagnostiekmomenten in de tijdlijn. Gebruikt voor de voelbare zwellingen vanaf ongeveer dag 21 die elke zeven dagen in doorsnede verdubbelen en na dag 35 tot 38 onbetrouwbaar worden, voor de relaxinetest die vanaf 22 tot 27 dagen specifiek en sensitief is, voor de echo met dag 25 tot 35 als beste periode en kans op valse negatieven vóór dag 21, voor hartslagen die twee tot drie keer sneller zijn dan bij de moeder, voor skeletjes die rond dag 42 tot 45 zichtbaar en vanaf dag 47 tot 48 duidelijk zijn, en voor de vaststelling dat een röntgenfoto ná dag 55 de beste methode is om het aantal pups te bepalen.
- Mir F., Billault C., Fontaine E., e.a. Factors affecting gestation duration in the bitch. Theriogenology. Gebruikt voor de sectie over rasverschillen: de opzet met 308 teven en 764 nesten, de gemiddelde draagtijden per ras (hondengroep 66,0 dagen, golden retriever 64,7, Duitse herder 63,6, labrador 62,9), de verhoogde kans op een langere dracht ten opzichte van labradors (Duitse herder ongeveer drie keer, golden retriever vier keer, hondengroep bijna acht keer), de bevinding dat teven met vier pups of minder gemiddeld één dag langer drachtig waren dan teven met vijf of meer, en het gegeven dat leeftijd en pariteit géén effect hadden. Ook de onderbouwing dat lichaamsgrootte niet de verklarende factor is, omdat labrador en golden retriever van vergelijkbare grootte bijna twee dagen verschillen.
- Reproductive patterns in the domestic dog — a retrospective study. Onderzoek binnen één ras (Drever, 10 tot 15 kg). Gebruikt voor de kwantificering van het nestgrootte-effect en voor het bereik vanaf de laatste dekking: 224 worpen met volledige gegevens, een gemiddelde draagtijd van 61,48 dagen met een standaarddeviatie van 2,24 en een spreiding van 56 tot 72 dagen gerekend vanaf de laatste dekking, en de bevinding dat elke pup boven het gemiddelde de dracht met ongeveer 0,25 dag verkort en elke pup minder hem met 0,25 dag verlengt.
- Dealing with dystocia. dvm360 (congresbijdrage). Gebruikt voor de temperatuurgrens in de tabel: een daling tot onder 99 graden Fahrenheit, ongeveer 37,2 graden Celsius, betekent dat de weeën binnen 24 uur worden verwacht. Ook gebruikt voor afwijkend gekleurde afscheiding vóór de geboorte — groen, rood of bruin — als teken van nood bij de pups.
- Nutrition for a Pregnant and Nursing Bitch. School of Veterinary Medicine, University of California, Davis. Gebruikt voor de voedingssectie: geen verhoging van de energie in de eerste helft van de dracht, daarna een verhoging van ongeveer 25 procent in elk van de laatste vier weken, meerdere kleinere maaltijden in plaats van een of twee grote, een behoefte van ongeveer het dubbele van normaal tijdens de late lactatie, het overstappen rond dag 30 op een voer dat voor alle levensfases geschikt is, en de stelling dat zo’n voer voldoende mineralen en vitaminen bevat en niet verder aangevuld hoort te worden.
- Eclampsia in Small Animals. MSD/Merck Veterinary Manual. Gebruikt voor het blok over melkziekte: de vaststelling dat orale calciumsuppletie tijdens de dracht niet geïndiceerd is en hypocalciëmie na de bevalling eerder kan veroorzaken dan voorkomen, het tijdstip van optreden bij de piek van de lactatie twee tot drie weken na de bevalling en soms tijdens de bevalling of laat in de dracht, de risicogroep van kleine rassen met een groot nest, en het verloop van hijgen en onrust via trillingen, spiertrekkingen, stijfheid, een onzekere gang en gedragsverandering naar verkramping, toevallen en overlijden.
Laatst gecontroleerd: 2 oktober 2026
Veelgestelde vragen over dracht bij honden
Dat hangt af van waar je vanaf rekent. Vanaf de LH-piek is het gemiddeld 65 dagen met een bereik van 64 tot 66; vanaf de ovulatie 62 tot 64 dagen. Vanaf een dekking loopt het bereik van ongeveer 55 tot 70 dagen.
Die laatste spreiding komt niet doordat de dracht varieert, maar doordat het startpunt onzeker is: zaadcellen blijven zeven tot negen dagen bevruchtingsbekwaam, en de eicellen zijn bij de ovulatie nog onrijp en worden dat pas 2,5 tot 3 dagen later.
Een dracht van meer dan 70 dagen vanaf een bekende dekdatum geldt als verlengd. Dag 68 is dus nog geen alarm, en veel calculators zetten die grens te vroeg.
Wel is dag 68 een goed moment om te bellen, met een andere vraag: laat vaststellen óf ze werkelijk over tijd is. Bij een onbekend ovulatiemoment is “over tijd” namelijk vaak een verkeerd startpunt in plaats van een echt verlengde dracht. Is het ovulatiemoment wél vastgesteld, dan hoort een dracht die voorbij dag 66 loopt zonder wachten beoordeeld te worden.
Met een progesteronbepaling tijdens de loopsheid. De dierenarts prikt een reeks bloedmonsters en stelt daarmee de LH-piek of het ovulatiemoment vast. Omdat de dracht vanaf dat punt wél constant is, wordt het venster dan een paar dagen in plaats van twee weken.
Dat is vooral zinvol bij een eerste nest, bij een teef die eerder problemen had en bij rassen waarbij een keizersnede vaker nodig is — want dan wil je weten of een geboorte op dag 59 vroeg is of gewoon op tijd.
Er zijn duidelijke verschillen tussen rassen, maar lichaamsgrootte is niet de verklaring. In een onderzoek met 308 teven en 764 nesten kwamen honden uit de hondengroep uit op gemiddeld 66,0 dagen, golden retrievers op 64,7, Duitse herders op 63,6 en labradors op 62,9.
Labrador en golden retriever zijn vrijwel even groot en verschillen toch bijna twee dagen, terwijl de zwaardere Duitse herder maar zeven tiende dag boven de labrador zit. Een calculator die om “klein of groot ras” vraagt en daar een andere draagtijd aan verbindt, belooft dus iets wat het onderzoek niet ondersteunt.
Ja, en dat is te kwantificeren. Teven met vier pups of minder waren gemiddeld één dag langer drachtig dan teven met vijf of meer. Binnen één ras gemeten verkortte elke pup boven het gemiddelde de dracht met ongeveer 0,25 dag.
Het is dus een reëel maar klein effect: vier extra pups schuiven de bevalling ongeveer één dag naar voren, geen week. Deze calculator verwerkt het alleen als het aantal van een röntgenfoto bekend is.
Een relaxinetest in het bloed is vanaf 22 tot 27 dagen specifiek en sensitief. Een echo werkt het beste tussen dag 25 en 35; vóór dag 21 is een valse negatieve uitslag mogelijk. Zwellingen langs de baarmoederhoorns zijn vanaf ongeveer dag 21 voelbaar, maar na dag 35 tot 38 wordt voelen onbetrouwbaar.
Op een echo zijn de hartjes te zien; die kloppen twee tot drie keer sneller dan het hart van de moeder. Een echo bevestigt de dracht goed, maar is niet de methode om de pups te tellen.
Ná dag 55. De skeletjes zijn op röntgen al rond dag 42 tot 45 zichtbaar en vanaf dag 47 tot 48 duidelijk, maar voor het tellen is een foto later in de dracht de beste methode. Veel schema’s zetten die telfoto rond dag 45 en dat is precies tien dagen te vroeg voor het getal waar het om gaat.
Dat getal is geen nieuwsgierigheid: tijdens de bevalling wil je kunnen vaststellen wanneer het nest compleet is, want een achtergebleven pup kan voor de teef levensbedreigend worden.
Aan de temperatuur. Kort voor de bevalling valt de progesteronspiegel terug van ongeveer 4 tot 5 nanogram per milliliter naar bij of onder 2 in de laatste 24 uur, en daarmee daalt de lichaamstemperatuur met een graad of meer. Onder 37,2 graden worden weeën binnen 24 uur verwacht.
Belangrijk is de keerzijde die vaak ontbreekt: blijft de bevalling 24 tot 36 uur na die daling uit, dan geldt dat zelf als een afwijkend verloop en bel je de dierenarts.
Dat hangt ervan af of ze perst. Zijn er duidelijke weeën en komt er binnen 30 minuten geen pup, dan is dat een afwijkend verloop. Zijn er géén weeën, dan is de grens 2 uur. De veelgehoorde vuistregel van twee uur geldt dus alleen voor de situatie waarin ze niet aan het persen is.
Verder: meer dan 4 uur actieve of zwakke weeën zonder dat er een pup komt, en een totale bevallingsduur van meer dan 24 uur, gelden ook als afwijkend.
Nee, en dat is geen detail. Orale calciumsuppletie tijdens de dracht is niet geïndiceerd en kan melkziekte na de bevalling eerder veroorzaken dan voorkomen: te veel calcium vooraf zet de hormonale regeling van de calciumhuishouding op een laag pitje, waardoor die tekortschiet zodra de melkproductie piekt.
Een voer dat voor alle levensfases geschikt is bevat voldoende mineralen en vitaminen voor dracht en lactatie. Melkziekte treedt meestal op bij de piek van de lactatie, twee tot drie weken na de bevalling, en vooral bij kleine rassen met een groot nest — dus blijf ook daarna opletten.
Niet in de eerste helft van de dracht: de pups groeien dan nauwelijks en extra voeren levert alleen overgewicht op, wat de bevalling zwaarder maakt. Daarna verhoog je de portie in elk van de laatste vier weken met ongeveer 25 procent, verdeeld over meerdere kleinere maaltijden.
De zwaarste periode komt ná de bevalling: tijdens de late lactatie ligt de behoefte rond het dubbele van normaal. Laat de exacte hoeveelheid bepalen door haar lichaamsconditie en niet door een tabel.
Meer tools voor jouw hond

Vaccinatieschema voor honden: welke prikken wanneer nodig zijn
De pups uit het nest hebben binnen enkele weken hun eerste entingen nodig. Welke prikken dat zijn en op welke leeftijd.
Lees verder
Vlooien, teken en wormen: wat doe je wanneer?
Ontwormen van de teef en later van de pups hoort bij de voorbereiding. Wanneer je wat geeft en waartegen.
Lees verder
Huid- en vachtproblemen bij honden: jeuk, hotspots en allergieën
Huid- en vachtklachten bij de teef rond dracht en lactatie, en wat normaal haarverlies is en wat niet.
Lees verderTwijfel je of het goed gaat?
Een bevalling heeft harde tijdslimieten, en die zijn korter dan veel eigenaren denken zodra de teef aan het persen is. Zet het nummer van je dierenarts én van de spoedkliniek klaar voordat dag 55 in zicht komt, en vraag meteen hoe de avond- en weekendregeling werkt.