Allergie Checker voor honden — voedselallergie, atopie of vlooienallergie?
Jouw hond krabt, heeft huidproblemen of terugkerende oorontstekingen. Maar is dat allergie — en zo ja, welk type? De checker weegt negen vragen tegen elkaar af en bepaalt de meest waarschijnlijke richting, zodat jij de juiste vervolgstap kunt zetten. De weging volgt waar mogelijk een gevalideerde criteriaset uit de diergeneeskunde, inclusief de locaties die juist tegen omgevingsallergie pleiten.
De checker werkt op basis van patroonherkenning — niet losse symptomen, maar de combinatie van locatie, seizoen, leeftijd en respons op behandeling bepaalt de meest waarschijnlijke richting. Sommige antwoorden pleiten juist tegen een richting en verlagen de score; dat staat zo in de uitslag.
⚠️ Eerst uitsluiten of meenemen
🔍 Waarom past dit patroon?
❓ Waarom minder waarschijnlijk?
✅ Wat je vandaag kunt doen
👀 Observeer de komende weken
🩺 Dierenarts
🔗 Gerelateerde checkers
* Advertentielinks — Huisdierrijk ontvangt een kleine commissie bij aankoop, zonder meerkosten voor jou.
Wat zijn de symptomen van allergie bij een hond?
Allergie bij honden uit zich bijna altijd op de huid, in de oren en soms in het maagdarmkanaal. Koorts of acuut ziek zijn hoort er niet bij; een hond met allergie is een hond die krabt, likt, schudt met de kop of steeds opnieuw een oorontsteking heeft. De verdeling over het lichaam is daarbij belangrijker dan de ernst.
De typische signalen: jeuk aan de voorpoten met likken of bijten, roodheid en schilfering op buik en liezen, jeuk aan de binnenkant van de oorschelp, en terugkerende oorontstekingen. Bij chronisch likken kleurt de vacht aan de poten roodbruin; dat komt door porfyrines in het speeksel en is dus geen verkleuring van de huid zelf maar een afdruk van hoeveel er gelikt wordt. Het is een nuttige maat, want het verdwijnt pas als het likken stopt.
Wat veel eigenaren niet weten, is dat sommige locaties juist tegen allergie pleiten. In een prospectief onderzoek onder 1.096 honden, waarvan 843 met atopische dermatitis en 253 met andere huidaandoeningen, werden twee sets criteria opgesteld om atopie te onderscheiden van alles wat erop lijkt. Twee van de acht criteria zijn negatief: de oorránden zijn níet aangetast, en de lenden- en rugstreek is níet aangetast. Wie dus vooral jeuk aan de oorránden of over de lendenstreek ziet, moet eerder aan schurft of vlooienallergie denken dan aan atopie. Met vijf van de criteria haalde de eerste set een gevoeligheid van 85,4 procent bij een specificiteit van 79,1 procent.
De drie patronen naast elkaar
| Kenmerk | Omgevingsallergie (atopie) | Voedselallergie | Vlooienallergie |
|---|---|---|---|
| Typische locatie | Voorpoten, oksels, liezen, binnenkant oorschelp, gezicht | Zelfde gebieden als atopie, vaak met oren op de voorgrond | Lage rug, staartbasis, achterkant en binnenkant bovenbenen |
| Locaties die ertegen pleiten | Oorránden en lenden- of rugstreek | Geen specifieke | Alleen voorpoten zonder achterhand |
| Seizoen | Vaak seizoensgebonden; winterklachten passen bij huisstofmijt | Het hele jaar | Vaak zomer en najaar, binnenshuis het hele jaar |
| Leeftijd bij begin | Meestal voor 3 jaar | Elke leeftijd | Elke leeftijd |
| Maagdarmklachten | Niet typerend | Bij een deel van de honden; afwezigheid sluit niets uit | Nee |
| Reactie op cortisone | Doorgaans goed | Vaak matig | Goed, maar nooit een vervanging voor vlooienbestrijding |
| Hoe je het vaststelt | Uitsluiten van de rest, plus allergietest voor behandelkeuze | Eliminatiedieet van 8 weken met provocatietest | Strikte bestrijding bij alle dieren; verdwijnen de klachten, dan was het dat |
Wat is het verschil tussen voedselallergie en omgevingsallergie?
Voedselallergie is een immuunreactie op een eiwit in het voer. Omgevingsallergie, atopie, is een reactie op stoffen uit de omgeving: pollen, grassen, huisstofmijt, schimmelsporen. Het lastige is dat de huid er bij beide ongeveer hetzelfde uitziet, en dat de twee bij dezelfde hond naast elkaar kunnen bestaan. Daarom zit het onderscheid niet in de huid maar in het patroon eromheen.
Drie dingen scheiden ze in de praktijk. Het eerste is tijd: atopie heeft vaak een seizoen, voedselallergie niet. Dat is geen harde regel, want huisstofmijt is het hele jaar aanwezig en geeft juist binnenshuis in de winter klachten. Het tweede is leeftijd: atopie begint meestal vóór het derde jaar, en voedselallergie kan op elk moment ontstaan — ook bij een hond die jaren hetzelfde voer at zonder problemen. Het derde is de reactie op behandeling: atopie reageert doorgaans goed op cortisone, een voedselallergie vaak matig.
Alleen de derde aanwijzing kun je niet zelf uitlokken, en de eerste twee zijn zachte aanwijzingen. Daarom bestaat er voor voedselallergie maar één betrouwbare route, en dat is het eliminatiedieet. Voor atopie bestaat die route niet: atopie wordt vastgesteld door al het andere uit te sluiten, waarbij een allergietest pas daarna zin heeft, namelijk om te bepalen waartegen een eventuele immuuntherapie zou moeten werken.
Welke voedingsmiddelen veroorzaken het vaakst een reactie?
Hier is harde data over. In een systematisch overzicht werden de gepubliceerde gevallen samengevoegd tot 297 honden met een aangetoonde voedselreactie. De verdeling:
- Rundvlees: 34 procent (102 honden)
- Zuivel: 17 procent (51 honden)
- Kip: 15 procent (45 honden)
- Tarwe: 13 procent (38 honden)
- Soja: 6 procent (18 honden)
- Lamsvlees: 5 procent (14 honden)
- Maïs: 4 procent (13 honden)
- Ei: 4 procent (11 honden)
- Varkensvlees, vis en rijst: elk 2 procent
Twee dingen vallen op, en beide gaan in tegen wat vaak wordt geschreven. Ten eerste: de top drie zijn dierlijke eiwitten, en samen zijn rund, zuivel en kip verantwoordelijk voor tweederde van de reacties. Daarom helpt graanvrij voer niet als maatregel tegen allergie. Maar ten tweede: tarwe staat op plaats vier met 13 procent, dus granen zijn ook niet irrelevant — de bewering dat allergie “nooit” door granen komt is net zo onnauwkeurig als het graanvrije verhaal.
En een derde punt dat vaak verkeerd gaat: vis staat onderaan met 2 procent. Vis wordt in adviezen regelmatig genoemd als veelvoorkomend allergeen, terwijl het juist een van de minst gemelde is. Dat is praktisch relevant, want het maakt vis in veel gevallen een bruikbaar nieuw eiwit in plaats van een risico.
Waarom een bloedtest voor voedselallergie niet werkt
Dit is de meest kostbare misstap in het hele traject, omdat eigenaren er geld aan kwijt zijn en er vervolgens maanden op koersen. Bloedtests, speekseltests en haartests voor voedselallergie bij honden zijn niet betrouwbaar genoeg om een diagnose op te baseren.
De cijfers die in de literatuur worden genoemd: de nauwkeurigheid van bloedonderzoek naar voedselspecifiek IgE loopt van 58 tot 87 procent, en de voorspellende waarde van een positieve uitslag van 15 tot 100 procent. Dat laatste getal is het probleem: een positieve uitslag kan betekenen dat de hond daar inderdaad op reageert, of helemaal niets. Serum-, speeksel-, haar- en huidtests worden daarom als ongeschikt beschouwd als screeningsinstrument voor voedselallergie. Een universitaire richtlijn voor het uitvoeren van een dieetproef formuleert het zonder uitzonderingen: er is op dit moment geen serologische, intradermale, speeksel- of haartest die betrouwbaar is voor de diagnose.
Dat is iets anders dan zeggen dat allergietesten nooit zin hebben. Bij atopie heeft een huid- of bloedtest wél een rol, maar niet om vast te stellen óf de hond atopisch is. Die vraag wordt klinisch beantwoord. De test dient om te bepalen tegen welke omgevingsallergenen een immuuntherapie samengesteld moet worden. Dat onderscheid — de test kiest de behandeling, hij stelt niet de diagnose — wordt in de praktijk bijna altijd door elkaar gehaald.
💡 Veelgemaakte misvattingen over allergie bij honden
Hoe werkt een eliminatiedieet, stap voor stap?
Een eliminatiedieet is geen voerproef maar een test, en een test heeft maar waarde als er niets anders in meekomt. Dat is de hele moeilijkheid: de meeste eliminatiediëten mislukken niet door een verkeerde voerkeuze maar door incidentele blootstelling.
- Kies het dieet samen met de dierenarts. Er zijn twee routes: een gehydrolyseerd dieet, waarbij de eiwitten zo klein zijn gemaakt dat het immuunsysteem ze niet meer herkent, of een nieuw eiwit dat je hond nog nooit heeft gehad. Gehydrolyseerde diëten kwamen in het onderzoek naar labelafwijkingen het beste uit de bus: bij de gehydrolyseerde voeders werd in zes onderzoeken samen slechts één mogelijk geval van afwijkende inhoud gevonden.
- Haal alles anders eruit. Geen snacks, geen kauwbotten, geen kauwspeelgoed met smaak, geen restjes van tafel, geen voer van andere huisdieren, en geen smaakvolle medicatie — inclusief ontwormings- en vlooienmiddelen met een smaakje. Overleg dat laatste met de dierenarts, want stoppen met parasietenpreventie is geen optie; het gaat om een smaakloze variant.
- Maak het huishouden medeplichtig. Eén iemand die een koekje geeft maakt acht weken werk ongeldig. Spreek het expliciet af met iedereen in huis, inclusief kinderen en bezoek.
- Houd acht weken aan. In een overzicht van 209 honden met een voedselgerelateerde huidreactie was na drie weken ongeveer de helft duidelijk verbeterd, na vijf weken was meer dan 85 procent van de honden klachtenvrij, en na acht weken meer dan 95 procent. Minder dan 5 procent had langer nodig, tot dertien weken. Acht weken is dus de ondergrens die meer dan negentig procent van de gevallen pakt.
- Doe de provocatietest. Dit is de stap die vrijwel iedereen overslaat, en zonder die stap is er geen diagnose. Je geeft het oude voer opnieuw, maximaal twee weken, terwijl al het andere gelijk blijft. Komen de klachten terug, dan is de voedselallergie bevestigd. Reacties van dit type kunnen vier tot twaalf dagen op zich laten wachten, dus stop niet na twee dagen. In een onderzoek onder 93 hondeneigenaren had slechts 10 procent deze provocatie daadwerkelijk uitgevoerd — wat betekent dat de meeste “vastgestelde” voedselallergieën nooit zijn bevestigd.
- Zoek daarna het ingrediënt. Pas als de allergie is bevestigd, heeft het zin om één eiwit per keer terug te introduceren om uit te zoeken waar het precies om gaat. Dat maakt het dieet op lange termijn ruimer en goedkoper.
Eén praktische waarschuwing over medicatie tijdens de proef: ontstekingsremmers zoals prednisolon of oclacitinib onderdrukken de jeuk en maken daarmee onzichtbaar of het dieet werkt. Soms worden ze de eerste weken bewust gebruikt om een hond rust te geven, maar de beoordeling van het effect schuift dan naar achteren. Spreek vooraf met de dierenarts af wanneer die middelen worden afgebouwd, zodat je weet welke weken meetellen.
Hoe herken je vlooienallergie bij een hond?
Vlooienallergie is een reactie op eiwitten in vlooienspeeksel, en daarmee de enige van de drie die je volledig kunt wegnemen. Het patroon is bovendien het meest kenmerkende van de drie: de jeuk zit op de lage rug, rond de staartbasis en aan de achterkant en binnenkant van de bovenbenen. Dat is precies het gebied dat in de criteria voor atopie als níet-aangedaan staat, en dat maakt de twee goed te scheiden.
Het grote misverstand is dat je vlooien moet zien. Dat hoeft niet: sterk overgevoelige dieren kunnen door intensief poetsen vrijwel vlooienvrij zijn, juist omdat ze zo reageren. Zwarte puntjes in de vacht — vlooienpoep — zijn wel een direct bewijs, en daar hoef je niet verder over na te denken. Maar de afwezigheid ervan bewijst niets.
Daarom is de aanpak bij een vermoeden dubbel: strikte bestrijding is tegelijk de behandeling en de test. Dat betekent alle dieren in huis behandelen, niet alleen de hond, plus de omgeving aanpakken. Reken op maanden in plaats van weken: volledige uitroeiing van een vlooienpopulatie in huis kan tot drie maanden duren, omdat de poppen lang blijven liggen. Verdwijnen de klachten in die periode, dan was het vlooienallergie.
Cortisone verlicht de jeuk bij vlooienallergie goed, maar is expliciet geen vervanging voor vlooienbestrijding. Een hond die elk voorjaar een prik krijgt en elk najaar weer krabt, heeft geen behandeling gehad maar uitstel.
Kan mijn hond ineens allergisch worden?
Ja. Een allergie vraagt blootstelling, en dat betekent dat het eiwit of allergeen eerst bekend moet zijn bij het immuunsysteem voordat er een reactie op kan komen. Een hond kan dus jaren hetzelfde voer eten en er daarna op gaan reageren; dat is niet raar maar precies hoe het mechanisme werkt. Hetzelfde geldt voor atopie, die na een verhuizing of met het ouder worden kan verergeren.
Toch is er een leeftijdsgrens waarbij je voorzichtiger moet zijn. Beginnen de klachten pas na het zesde jaar, dan is de kans groter dat er iets anders aan de hand is dan allergie. Dat kan een huidinfectie zijn, een parasiet, een hormonale aandoening zoals een te langzaam werkende schildklier, of in zeldzamere gevallen iets ernstigers. De checker zet in dat geval bewust een stap tussen: je krijgt wel de meest waarschijnlijke allergierichting te zien, maar met het advies eerst de andere oorzaken te laten uitsluiten. Dat is geen voorzichtigheid om de voorzichtigheid, maar omdat maanden dieetproef voor niets doen de slechtste uitkomst is.
Wanneer het geen allergie is
Vier dingen lijken er sterk op en worden regelmatig gemist:
- Schurft (Sarcoptes). Hevige jeuk, vaak heviger dan bij atopie, en met voorkeur voor de oorránden, elleboogpunten en buik. De oorrand is het sleutelkenmerk, omdat die bij atopie juist vrij blijft. Besmettelijk voor andere dieren en voor mensen.
- Huidinfecties. Bacteriële infectie of een gistinfectie met Malassezia geeft jeuk, een vettige of verdikte huid en een muffe geur. Lastig is dat deze infecties vaak bovenop een allergie zitten: terugkerende gistinfecties zijn in de criteriaset voor atopie juist een kenmerk dat ervóór pleit. Behandeling van de infectie is dan nodig om te kunnen beoordelen wat er daaronder zit.
- Hormonale aandoeningen. Een te langzaam werkende schildklier geeft vachtverlies, een dikke huid en terugkerende infecties, meestal zonder veel jeuk. Dat laatste is het onderscheid: weinig jeuk bij veel huidverandering past niet bij allergie.
- Gedrag en pijn. Likken aan één poot of één plek kan ook met ongemak of stress te maken hebben in plaats van met de huid. Een hond die altijd dezelfde plek likt en elders niets heeft, is een andere vraag dan een hond die overal jeuk heeft.
Voedselallergie of voedselintolerantie?
Deze twee worden door elkaar gebruikt, ook door voerfabrikanten, maar ze zijn medisch verschillend en dat heeft praktische gevolgen. Voedselallergie is een immuunreactie: het immuunsysteem behandelt een eiwit als bedreiging. Dat geeft huidklachten, jeuk en oorontstekingen, bij een deel van de honden samen met maagdarmklachten. Voedselintolerantie is een spijsverteringsreactie zonder immuunsysteem erbij, zoals problemen met lactose of met een hoog vetgehalte. Intolerantie geeft maagdarmklachten en geen jeuk of huidklachten.
Het praktische gevolg: bij een hond met alleen diarree en geen jeuk is intolerantie waarschijnlijker dan allergie, en dan is een eliminatiedieet het verkeerde instrument. Een eliminatiedieet test op allergie. Omgekeerd geldt dat de afwezigheid van maagdarmklachten een voedselallergie niet uitsluit — veel honden met een voedselallergie hebben uitsluitend huidklachten, en dat is precies waarom de checker maagdarmklachten meeweegt als plus en niet als voorwaarde.
Bronnen
Per bron staat waarvoor die in deze checker en in de tekst is gebruikt. De weging van de vragen is waar mogelijk afgeleid van deze bronnen; de criteriaset van Favrot bepaalt zowel de positieve als de negatieve kenmerken in vraag 2, 4, 7 en 8.
- Favrot C., Steffan J., Seewald W., Picco F. (2010). A prospective study on the clinical features of chronic canine atopic dermatitis and its diagnosis. Veterinary Dermatology 21, 23–31. De basis voor de weging van locatie, leeftijd en behandelrespons. Gebruikt voor de opzet (1.096 honden, 843 met atopische dermatitis en 253 met andere huidaandoeningen), voor de acht criteria van de eerste set (begin vóór 3 jaar, grotendeels binnen levende hond, jeuk die op cortisone reageert, terugkerende gistinfecties, aangedane voorvoeten, aangedane oorschelpen, níet aangedane oorránden, níet aangedane lenden- en rugstreek) en voor de bijbehorende gevoeligheid en specificiteit van 85,4 en 79,1 procent bij vijf criteria. De twee negatieve criteria bepalen in de checker dat oorránden en lendenstreek de atopiescore verlagen.
- Olivry T., Mueller R.S., Prélaud P. (2015). Critically appraised topic on adverse food reactions of companion animals (1): duration of elimination diets. BMC Veterinary Research. Gebruikt voor de duur van het eliminatiedieet: de 209 honden en 40 katten in het overzicht, het verloop waarbij na drie weken ongeveer de helft van de honden duidelijk verbeterd was, na vijf weken meer dan 85 procent klachtenvrij en na acht weken meer dan 95 procent, het gegeven dat minder dan 5 procent tot dertien weken nodig had, en de aanbeveling van minimaal acht weken om meer dan negentig procent van de gevallen te herkennen.
- Mueller R.S., Olivry T., Prélaud P. (2016). Critically appraised topic on adverse food reactions of companion animals (2): common food allergen sources in dogs and cats. BMC Veterinary Research. Gebruikt voor de verdeling van allergenen over 297 honden: rund 34 procent, zuivel 17 procent, kip 15 procent, tarwe 13 procent, soja 6 procent, lam 5 procent, maïs 4 procent, ei 4 procent en varkensvlees, vis en rijst elk 2 procent. Daarmee ook gebruikt voor de correctie dat graanvrij voer de grootste allergenen niet uitsluit, dat tarwe niet verwaarloosbaar is, en dat vis juist een van de minst gemelde allergenen is.
- Olivry T., Mueller R.S. (2018). Critically appraised topic on adverse food reactions of companion animals (5): discrepancies between ingredients and labeling in commercial pet foods. BMC Veterinary Research. Gebruikt voor de weging van een mislukte winkelproef: het overzicht van 17 artikelen en 1 abstract, het gegeven dat in 0 tot 83 procent van de onderzochte voeders ingrediënten werden gevonden die niet op het label stonden met een mediaan van 45 procent, de 33 tot 83 procent bij voeders die als beperkt of nieuw eiwit voor eliminatiediëten op de markt zijn, en het gegeven dat bij gehydrolyseerde voeders in zes onderzoeken samen slechts één mogelijk geval werd gevonden. Ook gebruikt voor de nuance van de auteurs dat niet is vastgesteld of zo’n verontreiniging bij een allergisch dier daadwerkelijk klachten geeft.
- Tiffany S., Parr J.M., Templeman J. e.a. (2019). Assessment of dog owners’ knowledge relating to the diagnosis and treatment of canine food allergies. Canadian Veterinary Journal 60(3), 268–274. Gebruikt voor de betrouwbaarheid van tests en voor de provocatiestap: de gerapporteerde nauwkeurigheid van bloedonderzoek naar voedselspecifiek IgE van 58 tot 87 procent met voorspellende waarden van 15 tot 100 procent, de stelling dat serum-, speeksel-, haar- en huidtests als onbetrouwbaar en ongeschikt als screeningsinstrument worden beschouwd, en het gegeven dat van de 93 ondervraagde eigenaren slechts 10 procent een hertest met het oude voer had uitgevoerd.
- Cooking Up a Food Allergy: Conducting a Diagnostic Food Trial. College of Veterinary Medicine, University of Illinois. Gebruikt voor het stappenplan: de keuze tussen een gehydrolyseerd dieet en een nieuw eiwit, het uitsluiten van alle andere voeding inclusief snacks, kauwspeelgoed en smaakvolle medicatie zoals parasietenmiddelen, de duur van acht weken waarin ongeveer 95 procent van de honden reageert, het gegeven dat ontstekingsremmers als prednisolon of oclacitinib het beoordelingsmoment verschuiven, de provocatietest met het oude voer gedurende maximaal twee weken waarbij terugkeer van de klachten de diagnose bevestigt, en de termijn van vier tot twaalf dagen waarin zo’n reactie zich kan tonen. Ook gebruikt voor de stelling dat geen serologische, intradermale, speeksel- of haartest betrouwbaar is voor de diagnose.
- Flea Allergy Dermatitis in Dogs and Cats. Merck Veterinary Manual. Gebruikt voor de vlooienallergiesectie en de weging van vraag 6: de verdeling over lage rug, staartbasis en achter- en binnenzijde van de bovenbenen, het gegeven dat zichtbare vlooien niet nodig zijn voor de diagnose omdat sterk overgevoelige dieren door poetsen vrijwel vlooienvrij kunnen zijn, het gebruik van de reactie op bestrijding als diagnostisch middel, de stelling dat cortisone nooit een vervanging is voor vlooienbestrijding, en de aanpak met alle dieren in huis plus de omgeving waarbij volledige uitroeiing tot drie maanden kan duren.
Laatst gecontroleerd: 2 oktober 2026
Veelgestelde vragen over allergie bij honden
Ja. Een allergie vraagt eerdere blootstelling, dus een hond kan jaren hetzelfde voer eten en daarna pas gaan reageren. Dat is geen uitzondering maar hoe het mechanisme werkt.
Beginnen de klachten pas na het zesde jaar, laat dan eerst andere oorzaken uitsluiten: huidinfectie, parasiet of een hormonale aandoening. Een dieetproef van acht weken die daarna voor niets blijkt te zijn geweest, is de slechtste uitkomst.
Minimaal acht weken, strikt. In een overzicht van 209 honden was na drie weken ongeveer de helft duidelijk verbeterd, na vijf weken meer dan 85 procent klachtenvrij en na acht weken meer dan 95 procent. Minder dan 5 procent had langer nodig, tot dertien weken.
Strikt betekent: geen snacks, geen kauwbotten, geen kauwspeelgoed met smaak, geen voer van andere huisdieren en geen smaakvolle medicatie, inclusief parasietenmiddelen met een smaakje. Eén verkeerd ingrediënt maakt de test ongeldig, en de meeste proeven mislukken daardoor en niet door de voerkeuze.
Nee. De gerapporteerde nauwkeurigheid van bloedonderzoek naar voedselspecifiek IgE loopt van 58 tot 87 procent, en de voorspellende waarde van een positieve uitslag van 15 tot 100 procent. Serum-, speeksel-, haar- en huidtests worden daarom als ongeschikt beschouwd als screeningsinstrument voor voedselallergie.
Bij omgevingsallergie heeft een test wel een rol, maar een andere: hij bepaalt waartegen een eventuele immuuntherapie moet werken, niet óf de hond atopisch is. Die vraag wordt klinisch beantwoord.
Nee. In een overzicht van 297 honden met een aangetoonde voedselreactie stonden rund (34 procent), zuivel (17 procent) en kip (15 procent) bovenaan. Graanvrij voer sluit die drie niet uit en is dus geen eliminatiedieet.
Wel een nuance: tarwe staat op plaats vier met 13 procent, dus granen zijn niet irrelevant. De bewering dat allergie nooit door granen komt is net zo onnauwkeurig als het graanvrije verhaal. Vis staat juist onderaan met 2 procent en is daarom vaak een bruikbaar nieuw eiwit.
Dat kun je er niet uit concluderen. In een overzicht van 17 onderzoeken bevatten voeders die als beperkt of nieuw eiwit op de markt zijn in 33 tot 83 procent van de gevallen eiwitten die niet op het label stonden. Over alle onderzochte voeders lag de mediaan op 45 procent. De auteurs tekenen daarbij wel aan dat niet is vastgesteld of zo’n verontreiniging bij een allergisch dier ook werkelijk klachten geeft.
Bij gehydrolyseerde voeders werd in zes onderzoeken samen slechts één mogelijk geval gevonden. Een proef met zo’n dieet van de dierenarts is dus een heel ander soort bewijs dan een proef met een winkelvoer.
Voedselallergie is een immuunreactie: het immuunsysteem behandelt een eiwit als bedreiging. Dat geeft jeuk, huidklachten en oorontstekingen, bij een deel van de honden samen met maagdarmklachten. Voedselintolerantie is een spijsverteringsreactie zonder immuunsysteem, zoals bij lactose of een hoog vetgehalte, en geeft alleen maagdarmklachten.
Praktisch: bij alleen diarree zonder jeuk is intolerantie waarschijnlijker, en dan is een eliminatiedieet het verkeerde instrument. Omgekeerd sluit het ontbreken van maagdarmklachten een voedselallergie niet uit, want veel honden hebben uitsluitend huidklachten.
Meer over hondengezondheid
Vaccinatie checker voor honden
Controleer of de enting van je hond nog geldig is en welke prikken wanneer nodig zijn.
Lees meerOntwormen calculator voor honden
Bereken hoe vaak jouw hond ontwormd moet worden op basis van leeftijd en leefwijze.
Lees meerVlooien, teken en wormen: wat doe je wanneer?
Welke preventie wanneer nodig is, en waarom alle dieren in huis tegelijk behandeld moeten worden.
Lees meer