Waarom eet een kip veren van andere kippen?
Veren uittrekken en veren opeten zijn twee verschillende dingen. Trekken is gedrag: pikorde, verveling, spanning in de groep. Opeten wijst vrijwel altijd op voeding. Veren bestaan namelijk voor ongeveer negentig procent uit keratine, een eiwit dat rijk is aan het zwavelhoudende aminozuur methionine. Krijgt een kip daar te weinig van binnen, dan zoekt ze die bouwstof waar hij het meest geconcentreerd voorhanden is: in de veren van zichzelf en haar groepsgenoten. Dit artikel gaat over die voedingskant — hoe je een tekort herkent, waarom een kip die goed eet toch tekort kan komen, en welke maatregel in onderzoek het effectiefst blijkt.
📌 Belangrijk om te weten
- Veren opeten wijst op voeding; veren alleen uittrekken wijst op gedrag — de aanpak verschilt volledig
- Methionine is het kritieke aminozuur: een tekort daaraan lokt het opeten van veren uit
- Extra ruwvoer en vezels is volgens onderzoek de effectiefste maatregel — kippen zijn dan langer bezig met eten
- Wormen en coccidiose veroorzaken tekorten ook bij kippen die prima eten
- Tijdens de rui piekt de behoefte: dan is 18 tot 20% eiwit nodig in plaats van 16%
Eerst vaststellen: worden de veren echt opgegeten?
Dit onderscheid bepaalt je hele aanpak, en het is met een paar minuten observatie vast te stellen. Ga bij het hok staan en kijk wat er ná het uittrekken gebeurt.
← Veeg om meer te zien
| Veren opeten | Veren uittrekken | |
|---|---|---|
| Wat je ziet | Veer wordt losgetrokken en direct doorgeslikt | Veer wordt uitgetrokken en laten vallen |
| Op de grond | Nauwelijks losse veren te vinden | Veel losse veren in het hok en de ren |
| Wie doet het | Vaak meerdere kippen, ook naar eigen veren | Vaak één of enkele dominante dieren |
| Timing | Toename rond de rui en bij voerwissel | Toename bij drukte, hitte of nieuwe kippen |
| Doelwit | Losse dons- en dekveren, ook van de grond | Gericht op rug, staart of cloaca van één kip |
| Waarschijnlijke oorzaak | Voeding: eiwit, aminozuren, mineralen | Gedrag: pikorde, verveling, ruimte, stress |
Beide tegelijk? Dat komt vaak voor
De twee versterken elkaar. Een kip met een tekort begint met het oppikken van losse veren; groepsgenoten nemen het gedrag over en gaan actief trekken. Andersom kan gedragsmatig verenpikken uitmonden in opeten zodra de kippen ontdekken dat veren eetbaar zijn.
Zie je vooral gericht trekken bij één slachtoffer, veel losse veren en kale plekken? Dan is verenpikken de juiste ingang. Verdwijnen de veren en zie je nauwelijks losse veren liggen, lees dan hier verder.
Waarom juist veren? De keratine-verklaring
💡 Wat een kip in een veer zoekt
Een veer bestaat voor ongeveer negentig procent uit keratine. Dat is een bijzonder eiwit: het dankt zijn stevigheid aan zwavelbruggen tussen aminozuren. Om keratine te kunnen aanmaken heeft een kip dus zwavelhoudende aminozuren nodig, en dan vooral methionine.
Methionine is voor kippen essentieel: ze kunnen het niet zelf aanmaken en moeten het volledig uit het voer halen. Bovendien wordt het aminozuur cysteïne — het hoofdbestanddeel van keratine — uitsluitend uit methionine gevormd. Een methioninetekort betekent dus automatisch ook een cysteïnetekort.
Wageningse voedingsonderzoeker M. van Krimpen beschrijft het gevolg: hennen vullen een eiwittekort mogelijk aan door de eiwitrijke veren van zichzelf en van groepsgenoten op te eten. De kip zoekt de ontbrekende bouwstof precies daar waar hij het meest geconcentreerd voorhanden is.
Dat verklaart ook waarom het gedrag zo hardnekkig is: het levert de kip daadwerkelijk iets op. Zolang het tekort bestaat, blijft de prikkel bestaan — hoeveel afleiding je ook aanbiedt. Afleiding werkt bij vervelingspikken; bij een tekort moet je aan het voer.
Waarom het rond de rui piekt
Tijdens de rui vervangt een kip haar volledige verenkleed. De eiwitbehoefte schiet dan omhoog: van de gebruikelijke 16% naar 18 à 20%. Tegelijk liggen er overal losse veren. Krijgt de kip in die periode niet meer eiwit, dan is de combinatie van hoge behoefte en beschikbaar keratine precies de situatie waarin veren eten begint. Zie ook veren en rui bij kippen.
Eiwit en aminozuren: wat je kippen echt nodig hebben
← Veeg om meer te zien
| Levensfase | Ruw eiwit | Voersoort | Aandachtspunt |
|---|---|---|---|
| Kuiken 0–6 weken | 20–22% | Opfokkorrel / kuikenmeel | Hoogste behoefte van allemaal |
| Jonge hen 6–18 weken | 16–18% | Opfokkorrel | Te vroeg overschakelen op legkorrel geeft tekort |
| Leghen in productie | 16–18% | Legkorrel of legmeel | Piek tijdens de eerste legmaanden |
| Kip in de rui | 18–20% | Legkorrel + eiwitaanvulling | Tijdelijk opfokkorrel bijvoeren werkt goed |
| Niet-leggende kip | 14–16% | Onderhoudsvoer | Minder eiwit, wel voldoende methionine |
Het percentage op de zak zegt niet alles
Twee voersoorten met allebei 16% ruw eiwit kunnen sterk verschillen in bruikbaarheid. Wat telt is het aminozuurprofiel en de verteerbaarheid. Dierlijke eiwitbronnen zoals vismeel hebben een hogere biologische waarde dan plantaardige. Methionine wordt bij goed pluimveevoer standaard toegevoegd, juist omdat het van nature vaak het beperkende aminozuur is.
Waar tekorten in de praktijk ontstaan
Veel keukenrestjes of zelf mengen. Wie een groot deel van het rantsoen vult met brood, restjes en losse granen, verdunt daarmee het complete voer. Het eiwitpercentage van de zak klopt dan niet meer met wat de kip binnenkrijgt.
Te veel graan. Graan is smakelijk maar eiwitarm. Als de kippen 's ochtends eerst het graan wegwerken, eten ze daarna minder legkorrel. Geef graan daarom aan het eind van de dag en beperkt.
Oud of vochtig voer. Vitamines en aminozuren breken af bij langdurige of vochtige opslag. Koop niet meer dan je in zes tot acht weken opmaakt en bewaar droog en donker.
Verkeerd voer voor de leeftijd. Jonge hennen die te vroeg legkorrel krijgen, komen structureel eiwit tekort in de fase waarin ze hun verenkleed opbouwen. Zie kippenvoer kiezen.
Ruwvoer en vezels: de effectiefste maatregel
Uit onderzoek naar verenpikken bij legkippen komt één maatregel er steeds uit als het meest effectief, en het is niet meer eiwit: ruwvoer en vezels. Vezelrijk materiaal zorgt ervoor dat kippen langer bezig zijn met eten. Dat vult twee behoeftes tegelijk — de maag en de drang om te foerageren.
Waarom vezels werken waar korrel dat niet doet
Legkorrel is zo samengesteld dat een kip haar dagbehoefte in twintig minuten binnen heeft. In de natuur is een kip acht tot twaalf uur per dag met voedsel zoeken bezig. Dat gat van uren aan onbenutte foerageerdrang is waar het zoeken naar iets eetbaars — en dus naar veren — ontstaat.
Vezelrijk ruwvoer verlengt de eetduur en geeft een langduriger verzadigd gevoel. De kip is bezig, en de drang om iets anders te zoeken neemt af.
Wat je concreet kunt geven
- Luzerne (alfalfa) in balen of geperste blokken — het meest genoemde ruwvoer bij verenpikproblemen, vezelrijk én eiwitrijk
- Groenteafsnijdsels en bladgroenten: koolbladeren, andijvie, boerenkool, sla
- Een koolstronk aan een touw, net zo hoog dat ze ervoor moeten strekken
- Vers gras of hooi in een net of ruif, zodat ze eraan moeten trekken
- Een graanhandje door stro of bladeren aan het eind van de middag — dan zoeken ze in plaats van elkaar te bewerken
Luzerne is een praktische manier om extra vezels en ruwvoer aan te bieden, zodat kippen langer bezig zijn met foerageren.
We selecteren producten op basis van praktische eigenschappen. Via sommige links ontvangen we een kleine commissie — zonder extra kosten voor jou.
Extra eiwit bij een acuut probleem
Zie je actief veren eten, dan kun je tijdelijk gericht eiwit bijvoeren terwijl je het basisvoer op orde brengt:
- Gekookt ei, fijngeprakt met schaal (geeft eiwit én calcium)
- Gedroogde meelwormen of soldatenvliegenlarven — hoog in eiwit, met mate omdat ze vet zijn
- Magere kwark of hüttenkäse in kleine hoeveelheid
- Tijdelijk opfokkorrel bijmengen bij de legkorrel
Dit is een overbrugging, geen oplossing. Blijft het basisvoer tekortschieten, dan komt het gedrag terug zodra je stopt met bijvoeren.
Mineralen: zout, calcium en de piksteen
Natrium (zout)
Een zouttekort is een minder bekende maar reële oorzaak van pikgedrag. Kippen die te weinig natrium binnenkrijgen, gaan aan van alles pikken op zoek naar zout — ook aan veren en huid. Compleet pluimveevoer bevat voldoende natrium, maar wie veel zelf mengt of het rantsoen sterk verdunt met graan en restjes, kan onder de behoefte zakken.
Calcium en fosfor
Leggende hennen hebben een hoge calciumbehoefte. Bij een tekort neemt de zoekdrang toe en gaan ze aan alles pikken. Bied oesterschelpen en maagkiezel altijd los aan in een aparte bak, niet door het voer gemengd: dan kan elke kip nemen wat ze nodig heeft. Zie ook dunne eierschaal, want dat is vaak het eerste zichtbare signaal van een calciumtekort.
Piksteen of mineralenblok
Een piksteen geeft kippen een legitiem doelwit voor hun pikdrang én levert mineralen. Hang of leg er één in het hok en één in de ren, zodat ook lagergeplaatste kippen erbij kunnen zonder een dominant dier te hoeven passeren. Het is geen wondermiddel, maar in combinatie met ruwvoer merkbaar effectief.
Als je kip goed eet maar tóch tekort komt
Dit is de situatie die veel kippenhouders op het verkeerde been zet: het voer klopt, de kippen eten prima, en toch worden er veren gegeten. Dan zit het probleem niet in de aanvoer maar in de opname.
Wormen
Spoelwormen en haarwormen onttrekken voedingsstoffen en beschadigen de darmwand, waardoor de opname vermindert. Een kip kan dan normaal eten en toch structureel tekortkomen. Andere signalen: gewichtsverlies ondanks eetlust, doffe veren en tegenvallende legproductie. Ontlastingsonderzoek via de dierenarts geeft uitsluitsel.
Coccidiose
Deze parasitaire darmaandoening beschadigt de darmwand en verstoort de opname van eiwitten en vitamines. Vooral jonge kippen zijn vatbaar. Let op waterige of bloederige ontlasting, opgezette veren en achterblijvende groei.
Concurrentie bij de voerbak
Ook zonder ziekte kan een individuele kip tekortkomen. Als er te weinig voerplaatsen zijn, eten de dominante dieren eerst en het langst. De onderste kippen in de rangorde krijgen de restjes — en dat zijn vaak juist de kippen die veren gaan eten. Reken op minimaal tien centimeter voerruimte per kip en zet meerdere bakken op verschillende plekken neer.
Controleer dit vóór je conclusies trekt over het voer
Zijn er genoeg voerbakken en staan ze verspreid? Kunnen alle kippen tegelijk eten zonder elkaar te hinderen? Wordt er ontwormd, en wanneer voor het laatst? Is de ontlasting normaal? Vier vragen die je in vijf minuten beantwoordt en die bepalen of je aan het voer moet sleutelen of aan iets anders.
Wanneer veren eten overgaat in kannibalisme
Veren eten is op zichzelf zelden direct schadelijk, maar het kan doorslaan. Zodra er huid beschadigd raakt en er bloed zichtbaar wordt, verandert het beeld: kippen worden sterk aangetrokken door de kleur rood en gaan gericht op de wond pikken. Vanaf dat moment kan het binnen uren escaleren.
⚠ Direct ingrijpen bij deze signalen
Bloedende wondjes • gericht pikken op de cloaca • meerdere kippen die op één dier af komen • een kip die zich niet meer bij de groep durft te voegen.
Haal de gewonde kip direct uit de groep, in het zicht van de anderen als dat kan (bijvoorbeeld achter gaas), zodat ze haar plek in de rangorde niet verliest. Verzorg de wond en dek hem af met een donkere, diervriendelijke wondspray die het rood maskeert. Zet haar pas terug als de wond volledig dicht is.
Tijdelijke hulpmiddelen
Anti-piksprays met een bittere smaak op de aangepikte plek en gedempt of roodgekleurd licht in het hok verminderen het gedrag tijdelijk. Ze zijn nuttig om de escalatie te stoppen terwijl je aan de oorzaak werkt, maar lossen niets structureel op. Zie ook wat te doen als een kip gepikt wordt.
Stappenplan: het voer op orde brengen
- Lees het etiket van je huidige voer. Noteer het ruw-eiwitpercentage en kijk of methionine als toevoeging vermeld staat. Klopt het percentage bij de levensfase van je kippen?
- Reken uit wat er náást de korrel gegeven wordt. Meer dan ongeveer tien procent van het rantsoen aan graan en restjes verdunt het complete voer merkbaar.
- Zet ruwvoer erbij. Luzerne, groenteafsnijdsels of een koolstronk, dagelijks. Dit is de maatregel met het meeste effect.
- Bied mineralen los aan: oesterschelpen, maagkiezel en een piksteen, op meerdere plekken.
- Sluit opnameproblemen uit: ontworm indien nodig en laat bij twijfel de ontlasting onderzoeken.
- Controleer de voerruimte: minimaal tien centimeter per kip, meerdere bakken, verspreid opgesteld.
- Geef het twee tot vier weken. Verendracht herstelt niet direct, maar het opeten van veren hoort binnen enkele weken duidelijk af te nemen.
Zie je na een maand met een kloppend rantsoen nog steeds veren verdwijnen, dan is voeding waarschijnlijk niet de hoofdoorzaak en ligt het aan gedrag: ruimte, verveling of groepsspanning. Lees dan verder bij verenpikken bij kippen en gedoe in de groep.
Artikel samenvatting
Veren opeten is iets anders dan veren uittrekken. Worden de veren daadwerkelijk doorgeslikt en vind je nauwelijks losse veren op de grond, dan wijst dat op voeding. Veren bestaan voor ongeveer negentig procent uit keratine, dat rijk is aan het essentiële aminozuur methionine; bij een tekort zoekt de kip die bouwstof in de veren van zichzelf en haar groepsgenoten. Controleer het eiwitpercentage bij de levensfase: 20 tot 22% voor kuikens, 16 tot 18% voor leghennen, 18 tot 20% tijdens de rui. Kijk ook naar wat er náást de korrel gegeven wordt — veel graan en restjes verdunnen het rantsoen. De effectiefste maatregel volgens onderzoek is extra ruwvoer en vezels, omdat kippen dan langer bezig zijn met eten. Eet je kip goed en gaat het toch mis, denk dan aan wormen, coccidiose of te weinig voerplaatsen. Zodra er bloed zichtbaar wordt kan het snel escaleren: haal de gewonde kip er dan direct uit.
Ontdek meer praktische tips voor een gezonde en gelukkige kippengroep.
Gerelateerde artikelen

Verenpikken bij kippen oorzaken en hoe je het kunt stoppen
Leer de exacte oorzaken van verenpikken en ontdek effectieve methoden om dit gedrag te stoppen voordat het uit de hand loopt.
Lees meerKip wordt gepikt door andere kippen: wat kun je doen?
Ontdek waarom sommige kippen doelwit worden van groepsgenoten en welke maatregelen je kunt nemen om hen te beschermen.
Lees meer
Pikorde bij kippen waarom het misgaat en wat je eraan kunt doen
Begrijp hoe de natuurlijke pikorde werkt en wat je kunt doen wanneer de groepsrangorde uit balans raakt.
Lees meerVeelgestelde vragen
Uittrekken is gedrag: pikorde, verveling of spanning in de groep. Je vindt dan veel losse veren in het hok. Opeten wijst op voeding: de veer wordt losgetrokken en direct doorgeslikt, en je vindt juist nauwelijks losse veren. Ga een paar minuten bij het hok staan en kijk wat er ná het uittrekken gebeurt — dat bepaalt of je aan het voer moet werken of aan de omgeving.
Veren bestaan voor ongeveer negentig procent uit keratine, een eiwit dat rijk is aan zwavelhoudende aminozuren — vooral methionine. Kippen kunnen methionine niet zelf aanmaken en moeten het volledig uit het voer halen. Bij een tekort zoeken ze die bouwstof waar hij het meest geconcentreerd voorhanden is, en dat is in veren. Onderzoek van Wageningen wijst erop dat hennen op die manier hun eiwittekort aanvullen.
Kuikens tot zes weken 20 tot 22%, jonge hennen 16 tot 18%, leghennen in productie 16 tot 18%, en tijdens de rui 18 tot 20%. Let op dat het percentage op de zak niet alles zegt: het aminozuurprofiel en de verteerbaarheid tellen minstens zo zwaar. Goed pluimveevoer heeft methionine standaard toegevoegd, juist omdat dat van nature vaak het beperkende aminozuur is.
Extra ruwvoer en vezels komt in onderzoek naar voren als effectiefste maatregel. Denk aan luzerne, groenteafsnijdsels, een koolstronk aan een touw of hooi in een ruif. Vezelrijk materiaal zorgt dat kippen langer bezig zijn met eten, wat zowel de maag als de foerageerdrang vult. Combineer dat met het controleren van je eiwitpercentage en los aangeboden mineralen.
Dan zit het probleem in de opname, niet in de aanvoer. Wormen en coccidiose beschadigen de darmwand waardoor voedingsstoffen slechter worden opgenomen — een kip kan dan normaal eten en toch tekortkomen. Een derde mogelijkheid is concurrentie: als er te weinig voerplaatsen zijn, krijgen de lagergeplaatste kippen structureel te weinig. Reken op minimaal tien centimeter voerruimte per kip.
Twee dingen komen dan samen. De eiwitbehoefte schiet omhoog van 16% naar 18 à 20% omdat de kip haar volledige verenkleed vervangt, en tegelijk liggen er overal losse veren binnen handbereik. Krijgen de kippen in die periode niet meer eiwit, dan is dat precies de situatie waarin veren eten begint. Voer tijdens de rui tijdelijk opfokkorrel bij of geef extra eiwit zoals gekookt ei.
Op zichzelf zelden direct schadelijk, maar het kan doorslaan. Zodra er huid beschadigd raakt en er bloed zichtbaar wordt, worden kippen sterk aangetrokken door de kleur rood en kan het binnen uren escaleren tot kannibalisme. Haal een gewonde kip er dan direct uit, bij voorkeur achter gaas in het zicht van de groep zodat ze haar plek in de rangorde behoudt.
Bij een voedingsoorzaak zie je doorgaans binnen twee tot vier weken duidelijke afname nadat je het rantsoen hebt aangepast. De verendracht zelf herstelt langzamer — nieuwe veren groeien pas volledig terug bij de volgende rui. Is er na een maand met een kloppend rantsoen geen verbetering, dan is voeding waarschijnlijk niet de hoofdoorzaak en moet je naar ruimte, verveling en groepsspanning kijken.
Afsluiting
Worden de veren daadwerkelijk opgegeten, begin dan bij het voer en niet bij de afleiding. Controleer het eiwitpercentage bij de levensfase, kijk wat er náást de korrel wordt gegeven, en zet ruwvoer erbij. Blijft het na een maand aanhouden, dan speelt er iets in het gedrag en is de omgeving aan de beurt.